Hoe moet dit nu?

Vandaag is de eerste dag. Nadat vrijdag de laatste was. Sol zwaaide met zijn allereerste diploma af op de crèche en stapt vandaag een kleuterschoolpoort binnen.

Maar hoe kan je zo’n peuter voorbereiden op wat gaat volgen? Al die indrukken, al die mensen, al die kinderen, al dat lawaai, al die vreemde geuren, alles en nog meer.

Iedereen heeft hem dit weekend toegelachen met lichte verbazing. Want, ja wat gaat het toch snel. Gisteren neuriede ik nog de tonen van ‘Varkentje Valentijn’ in zijn slapende kleine hoofdje, gebusseld in een warme deken. Vandaag slaat mijn hart op hol omdat hij het grote onbekende tegemoet holt.

Even aarzel ik bij mijn opploppende gedachte dat we hem misschien wel hadden moeten waarschuwen voor al dat nieuws. Niet alleen maar aansporen tot onbezorgdheid en blije vooruitzichten. Maar hoe moet dit eigenlijk? Schenkt dit gedrag dat we van nature tentoon spreiden voldoende weerbaarheid? Wat draait er allemaal in dat kleine lijfje? Wat kolkt er in zijn zenuwbanen?

Ik schrik opeenvolgend ook wat van mijn kordate idee, namelijk dat hij hier gewoon door moet en er door groeit. Maar ook: hoe zal zijn boterhammetje smaken in die anders en raar ruikende refter? Zal hij zijn dut vatten op het nieuwe bedje? Hoe zullen zijn ogen staan wanneer hij straks terug in de veilige armen van zijn papa landt?

Het valt allemaal buiten onze bevoegdheid. We kunnen niets meer doen nu.

Tenzij. Ik transformeer mezelf vandaag in een beschermvogeltje dat mee wandelt op zijn rechterschouder. Af en toe zal ik hem iets bemoedigends toe fluisteren. Zodat hij zelf kan vliegen.

Zo moet dat nu.

Te gast

De auto stond daar zomaar ineens, met buitenlandse nummerplaat en veel te schuin geparkeerd. Lelijke kleur ook. Geen chauffeur te bespeuren en nog minder beweging in de carrosserie. Na zes dagen van ‘geen beweging in die auto’, wilde hij vroeg vertrekken om de files voor te zijn en werd hij geblokkeerd. Door een dubbel geparkeerde wagen, ook al met buitenlandse nummerplaat en irritant pinkende lichten en een man die in de spiegel zijn wenkbrauwen met speeksel bevochtigde.

Toen kwam ze het huis van de buren uit, snel, zonder omkijken naar het hier en in een wip was ze ook weer verdwenen, recht dat de weg versperrend vehikel in.

Hij startte de motor pas nadat het geluid van hun wegrijden was opgelost. Het was opgelost.

Ze was een kennis of familie van de buren die hier kwam werken voor een tijdje. Stage doen in een vaccinatielabo. Hersenen onderzoeken onder felle lichten. Ratten opensnijden om infecties te bestrijden. Tanden opereren om een diploma te scoren. Lobbyen bij obscure maffiosi om een drugroute te organiseren. Ze was oogverblindend.

Ze was een gast in zijn straat en hij sliep op zes meter van haar.

Gewoontes zijn des mensen en dus te mijden wanneer je zogenaamd onverwacht contact wil organiseren met een gast van je buren. Het kwam er op aan om te observeren, te plannen, af te wijken van ingebakken routes en haar dan, net voorbij de voortuin, met glasheldere blik in de ogen te kijken.

Hij deed of hij sliep. Of er niets veranderd was. Maar alles stond vast in zijn hoofd en toen in het weekend de zon doorbrak en iedereen in de buurt anders bewoog, gebeurde het ook. Niet zoals gepland. Maar evenzeer.

Ze droeg een bolletjesjurk à la Bardot die opwaaierde toen ze zich naar hem toe keerde. Hij deed of hij struikelde, maar greep in de lucht en kwam stevig op zijn voeten terecht op nog geen halve meter van haar.

Ze lachte haar met goud gevulde kiezen, verkocht aan een Cuba-sigaren rokende drugsbaron in de haven bloot en giechelde in het Frans. Hij ademde in Esperanzo en pakte haar in met een schwung van heb-je-me-daar. Zonder touwtje maar met glitter en glans.

De drie volgende weken sliep ze op tien centimeter van hem. Toen keerde ze terug naar haar Immo-kantoor in een zijstraat van de Rue Saint-Denis in Lille. Waar ze moest maar echt niet mocht zijn.

Er is een kindeke geboren

op aard’.

’t Kwam op aarde voor ons allegaar.

Gaston is vanaf nu onder ons: voluit, zonder pardon en met ons aller goedkeuring en medevoelen.

Hij is niet mijn kleinkind, maar de zoon van een zus van mijn schone dochter en ik leefde helemaal mee naar het moment van zijn komst.

Hij raakt me meer dan mogelijk lijkt bij zo’n familie-verzamelende afstand. Hij is prachtig, hij komt onder ons en we zullen hem omarmen met onze hoogste mate van octopussigheid.

Want een nieuw leven, zeker nu, beroert ons: onze gevoeligste snaren trillen in de diepste armoede van ons aller welzijn. Hij schuift opnieuw hoop onder onze vleugels omdat hij de uiterste essentie is van al wat was, is en zal zijn.

Kom hier, Gaston, kozijntje van Sol, broer van Emiel en Marylou: al mijn toekomstige pannenkoeken krijgen een suikerwaas door jou.

Welkom!

Regenboogvlagen

Een man werd geflikt, gelokt, gemarteld, gedood.

Dat raakt ons allen en zet velen van ons in beweging.

Meteen was alles al duidelijk voor duizenden: het was een laakbaar geval van homohaat.

Ik twijfelde. Ik wist namelijk bijzonder weinig over deze moord en hield me gedeisd.

’s Nachts kwam een raar verhaal uit mijn onderbewustzijn naar boven gedwarreld in een droom. Er speelden honderden feiten die niets te maken hadden met homohaat maar met

van alles wat ik niet zomaar wil delen.

Wat we ‘zien’ is vaak wat er niet is. Wat we ‘zien’ is vaak niet wat er is.

Soms moeten we gewoon willen wachten tot duidelijk wordt wat er gezien moet worden.

Maar praten over homohaat moet. Zelfs al komt deze publieke verontwaardigingsgolf rijkelijk laat.

Eva ontmanteld

De draaiende deur en de draai om haar hoofd en de zwetende biergeur van zijn oksels en de stank van zijn valse adem en de vieze grijns van zijn kompaan en de harde klap tegen de muur en de vriendinnen te ver weg net achter die muur en het onmiddellijke besef van gevaar en de ijzersmaak van bloed onder haar tong.

Het tijdsmoment van de ommekeer van haar bestaan en de flitsende verdwijning van haar geloof in alles. Het scheuren van haar prachtig glanzende kousen onder de klauwen van de aanvallers en het breken van haar hollende hart en de smaak van kots vol mojito en de schrik, de schrik, de schrik.

Het uitschakelen van het nu om het later te vrijwaren en het tegelijkertijd onbewuste besef van het vroeger is voor altijd voorbij.

Het bukken en het grijpen naar het ongrijpbare veilige in lucht en naar verdwenen adem en het verstenen van gevoel.

Het weten van: tegen twee is niets te beginnen ik ben gezien het is ongezien ik wil weg en dood en naar huis en nooit meer slapen.

Alles is slecht. Godzillah moet nu neerdalen om die beesten te ontzielen tot ze kronkelen in hun eigen vloed van bloed. En ik word ontmaagd, ontmanteld, de vellen van mijn vrouwelijkheid zijn slechts flinters in de gruwelijkheid van hun onbeschaamde lusten.

Botvieren. Vierendelen. Delen.

Ze gooien me op de grond en verdelen mijn felste innerlijkheid onder elkaar om zich te verpozen. Hun zaad te lozen.

De lichte voorwaardelijke straf van twee verkrachters van een studente in de Overpoort in Gent (de bewijzen van de misdaad waren door henzelf gefilmd en volkomen bewezen geacht door de rechter, maar werden door hem niet beschouwd als initieel gedreven door een criminele ingesteldheid) nopen tot burgerprotest.

Een verpletterd meisje. Altijd iemands dochter, altijd iemands kind.

iedereen heeft geheimen

Eerlijkheid is een illusie.Veiligheid is nog veel meer dan een illusie. Daarom mogen we zomaar wegduiken in de diffuse poel van onze duistere kant. Heerlijk. We dragen ze mee, soms veel te lang, hopelijk altijd, de duistere verhalen die we niet delen maar koesteren.

Ik draag ze mee sinds lang en nog steeds en ze doen me glimlachen wanneer een lief me zegt: ‘Jij, jij bent een open boek’. Ze zijn mijn onderkant en mijn zekerheid. Want ze zijn mijn eigenheid en geniepigheid die me dragen over kanalen van kristal.

Geheimen maken ons vol. We lachen stiekem samen om de slimheid van onze verborgen levens. We dansen de tango van verdorvenheid en licht. We mogen dat.

Geheimen dragen ons glansrijk naar het einde. Omdat complete openheid nergens toe leidt, durven we laagjes behouden die uitsluitend rust aanleveren.

Ik heb een encyclopedie vol ongekende verhalen. En die vind ik onschatbaar van waarde. Ik zie ze opduiken, wanneer ik op een glansrijk feest in de spiegel van een zijstraat kijk en geluk zie gloren. Omdat ik niet ben wie iedereen denkt te weten wie ik ben.

Dans je te pletter, maar zie dan ineens je binnenkant wanneer je gaat plassen met de volle gedempte uitgelatenheid achter een kartonnen deur.

Want altijd, altijd, ben jij samen met je geheimen en hervind je je in een unieke verbondenheid.

Al heb je nooit controle over je geheimen. Ze leiden een leven, een eigen leven. Maar nooit jouw gehele leven.

het licht van half vijf

In Afrika werd ik rond het middaguur ongerust. Het brakende zonlicht brak mijn irissen aan flarden en toch kon ik het niet laten om recht omhoog te blijven kijken. Als een vuurvlieg snelde ik naar de onbestaande seizoenen daar en de hel klopte diep rond mijn hart.

Het licht, het licht, het licht.

Het licht op de uren bepaalt mijn gevoelsleven. De steeds veranderende kleur van mijn omgeving danst tesamen met mijn beleving van het zijn.

De schaduw van een lantaarn in een regenstraat in oktober. Melancholie verzuipt mijn kinderwensen.

De verdwijnende helderheid van letters in een boek in de winter. Mijn gedachten leven minder.

De verglijdende intrede van het duister in de lente. Mijn hart slaat op hol.

De lange zomeravonden zonder weerga en de ingetrokken knokkels van een lonkende nacht. Ik leef compleet.

Elk seizoen heeft zijn eigen licht om half vijf. Soms kan ik er niet naar kijken, maar het slaat altijd in als een bom.

Om half vijf breekt er een onweer los op de barza van het huis in Kabondo. Elke dag. Dan trek ik me terug in mezelf en wacht. Het wachten helpt de tijd vooruit.

Kaassoep met pikante saus.

Vanochtend ben ik op stap geweest. In de stad. Met Sol. Nochtans zat ik gewoon thuis te proberen om de krant te lezen. Maar dat was buiten mijn kleinzoon gerekend, want ik kreeg de boodschap van mijn schone dochter omstreeks tien uur, dat hij alles had ingepakt: een schaar én Dikkie Dik. En dat hij weg was naar de stad met de Pussa en hij kwam straks terug. Tot volgende week mama!

Wat kon er ons nog voor ergs overkomen, nu hij de touwtjes stevig in handen had? En nu zijn begrip van tijd een heel eigen weg aflegt in het nu en het later en het weekend en, niet te vergeten: de vakantie! Hij wist ook precies te vertellen wat we in de horecaloze stad zouden gaan doen: kaassoep eten en pikante saus!

Waar haalt die kleine wurm het vandaan, dat wij, de meester popcornknakkers, iets te eten zullen vinden dat hij niet eens kent? Hoe heerlijk is het om op een miezerige zaterdagochtend op een schoteltje gedresseerd te krijgen wat er omgaat in de fantasie van wie je het meeste mist op de hele wereld? En dat je daar zelf deel van uitmaakt?

Zeer heerlijk.

Het begint weer fameus te spannen, dat gemis. De mazen van mijn buiten-net slibben dicht. Het vele getelefoneer, gefilosofeer en flauw gebakeljauw heeft in het kussen van mijn leesfauteuil al brandgaten geschroeid. Ik heb al een hele middag naar Netflix gekeken. Onnozeler moet het echt niet worden.

Of toch?

Als ik, met al mijn kookboeken in gedachten, uiteindelijk moet gaan rondzwerven op zoek naar een bordje kaassoep met pikante saus: heb ik dan eindelijk mijn plek verdiend in een ongeschreven verhaal van Lewis Carroll? Komt er nog een konijn op het toneel gesprongen of draagt de hartenkoningin me rechtstreeks naar het moment dat ik Sol weer onbekommerd in de armen kan sluiten?

Ik val in een diep gat en word wakker in mijn droom. Sol fluistert me zachtjes in de oren: ‘Pussa, je kaassoep is de beste. Maar ik houd niet zo van pikant. Gaan we popcorn knallen?’

Zullen we eens zottekes doen?

Voor het eerst alleen zijn op oudejaarsavond, dat is iets dat niet meer zal voorvallen. Hoop ik. Ah neen, het zou dan immers voor de tweede keer zijn.

Gisteren was een gewone avond die toch nog bijzonder werd dankzij mijn eigen lumineuze idee om eens zottekes te doen. Geen vrienden in de Ardense keuken? Geen tot een opera-decor omgebouwd chalet? Dan maar iets uit de hemel plukken wat ik nooit eerder deed: een sterrenrestaurant contacteren om me hopelijk culinair te verwennen.

En het was meer dan dat.

Toen ik de zorgvuldig verpakte gerechten hier thuis ontmantelde, zag ik een voorgerecht waar een onweerstaanbare dwang over gedrapeerd lag. Voor ik het wist, zat ik mmm te hummen boven dat bordje om nauwelijks half vijf in de namiddag.

Het ging gewoon zo verder. Dankzij de kleine potjes met oliën die ik nog nergens proefde, en met ingrediënten die het je ne sais quoi van de smaakpapillen beroerden, de preciese instructies van chef Frank waardoor alles ineens zeer eenvoudig werd, proefde ik van een reeks gerechten die me voor het eerst deden wensen dat ik zo rijk was, dat ik dit wekelijks kon doen.

Dresseren is niet mijn ‘point fort’. maar nu toverde ik zonder de minste moeite een schilderij tevoorschijn. Ik nam er zelfs een foto van. Echt. Om het nadien nog te blijven geloven.

De hele avond lang was ik blij. Ik spreidde het proeven en genieten van. Om enkele minuten voor middernacht prikte ik met mijn vork in de Mousse van witte chocolade met structuren van clementine en crumble van dragon. En opnieuw ging het van mmmm.

Ik voelde me niet alleen, maar fantastisch. Niet echt prozaïsch als je bedenkt dat dit door het eten kwam. Maar je hebt voedsel en je hebt wat een chef voor je klaarmaakt. Dan bevind je je middenin pure poëzie.

Merci, Team Jerom, Chef Filip De Pauw en Roxanne. Jullie zijn van mij nog niet vanaf, zoals ze hier zeggen.

https://www.restaurantjerom.be/

Zingen ‘van’ ellende.

Ik heb een zwak voor musicals. Hoe van de pot gerukt ook, het bezingen van de complexe eenvoud des levens kan mij tranen en lachstuipen bezorgen.

Tot iemand me ooit vroeg of ik niet wilde meegaan naar 14-18. Ik schrok zelf een beetje van mijn impulsieve weigering en wist na enige reflectie uiteraard waar mijn walging vandaan komt. Van de herinneringen aan de ergste ellende maak je geen zangstonde. Over onbevatbare kommer en kwel gooi je geen entertainmentsauzen. Dàt laat je onaangeroerd als showbizzmens. Genoeg klanken in de levende bergen van Oostenrijk of schattige meisjes die grote dromen hebben of of of

Want hoe ontroerd velen ongetwijfeld zullen zijn na het aanschouwen van het populistische evenement: moeten wij ons werkelijk naar een loods begeven om ons te begapen aan theatergewijs herschikte historische feiten waarover nog steeds nieuwe studies verschijnen? Zijn we zodanig lui en afgestompt dat pure kennis van feiten niet ‘cool’ genoeg meer is? Als we het nu nog niet zijn, dan helpt zo’n groots opgezet schouwspel over de grootse ellende van onze bet- en overgrootouders ons wel om het in sneltempo te worden.

Ik zou het kunnen afwimpelen als een typisch ‘teken des tijds’. Maar afwimpelen is mijne regel niet, zei de begijn.

Zou er niet zoiets moeten bestaan als een ethische commissie die zich buigt over de morele haalbaarheid van musicalonderwerpen? Want hoe straf de zangers en acteurs ook zijn (ik breek een lans voor hun kunde!), ze dwarrelen mee in een rad voor de ogen draaiende neerwaartse spiraal.

Hoe meer ik er over reflecteer, hoe bozer ik word. Dat een televisiezender 14-18 op de kwetsbaarste avond van dit verdoemde jaar 2020 uitzendt, gooit alleen nog olie op mijn innerlijke vuur.

Et pour les Flamands, la même chose!