Bijna zei ik, maar toen

Bijna zei ik: ‘En toen heb ik mijn huis verbouwd’, maar toen hoorde ik mijn grootmoeder zeggen: ‘En toen heb ik die villa in Schoten gebouwd’.

En toen, toèn, schoten we steevast in een onderdrukte hiklach. Mijn zus, haar vriendin Annemie en ik, op de achterbank van de Fairlane, bestuurd door mijn grootvader, onderweg naar Sluis voor een lekker stukske verse vis. Jaren zestig van de vorige eeuw, en zoals elk jaar een maand aan zee bij de ouders van mijn papa.

Knokke, het was altijd lachen, want mijn grootmoeder was, laten we eufemistisch stellen, een bijzondere, veeleer excentrieke vrouw. Mijn grootvader was een vervelende man, die we dan ook merendeels negeerden.

En dan merk ik nu, na een halve eeuw, dat ik de woorden van die vrouw ook ineens en ongecontroleerd in de mond neem. Natuurlijk zagen we, toen, in gedachten, Anna Geeraerts, geboren Vanderheyden, met een klak – bouwvakkerspet op het hoofd (chignon verstopt) boven op het dak van het huis in de Kasteeldreef in Schoten een compleet strooien dak aanleggen.

Ze stak geen vinger uit. En dat deed ik evenmin. Ik sprak een architect aan (die ik al kende van voor hij geboren was), sprak twee aannemers aan (die ik kende via mijn vriendje’s kouwe kant) en stond alleen maar toe te kijken. Vaak heel vroeg in de ochtend, wanneer de werkelijke werkers waarachtig werken: op de werf, om jaja, zeven uur of een ietsje later, dus voor dag en dauw.

Dag en dauw. Waar ik van hou.

Maar trapte ik nu in een voorspelbare val, door de woorden van ‘bomma van Schoten’ te herhalen, zonder er erg in te hebben? Ik ben nu wel ‘bomma Berchem’, maar dan nog! Ik kijk rond in mijn nieuwe aanbouw, zie hoe mooi het geworden is en denk aan de woorden van Shana, de dochter van mijn werkgever, die helemaal wild werd van een foto van de leefkeuken. Dat had ik nu van haar niet meteen verwacht, ze is een vrouw met hedendaagse smaak, maar ze reageerde zo enthousiast en lief en zei: ‘Ilse, jij zou echt het huis van de ouders van S. moeten zien, die hebben klimop groeien rond de leuning van hun trap. En gordijntjes voor hun legplanken in de keuken’.

Ik dacht: ‘Shana’ke, ik ken jou al van toen je nog een bleit-betwetertje van zeven was. Kom jij binnen enkele maanden maar eens langs in mijn huis.’

Maar nogmaals: ik heb het niet zelf gedaan. Ik heb het alleen maar ontworpen in mijn hoofd, laten groeien en dan laten uitwerken door betrouwbare vakmensen. Wat de allerbeste keuze bleek.

Eerlijk is eerlijk

Advertenties

Ik heb de zon opgezongen op zee.

Licht tonen aan kinderen die veel donkerte hebben meegemaakt. Kinderen laten zingen op zee om het licht zelf op te roepen: het is één van de mooiste dingen die ik ooit hoorde. En tijdens TAZ gebeurt het dagelijks. Kinderen meren aan met een veerboot, geen idee hebbende van wat er hen te wachten staat. Ze gaan slapen en varen ’s ochtends zeer vroeg uit met een garnalenboot, de zon tegemoet. De zon die nog slaapt en die door hen zal worden wakker gezongen.

Ik weet niet wat dit met u doet, maar ik krijg er dagelijks de tranen van in de ogen. Want naast het poëtische van het verhaal is er natuurlijk de onuitgesproken dynamiek die dit ongetwijfeld in gang zet in al die kinderharten.

Het staat ver van beëdigde therapieën. Ver van wetenschappelijke wijsheid. Wars op praatjes voor de vaak. Het is echt, puur, zuiver en onwezenlijk mooi.

Een muzikant begeleidt de zang en de tonen van het lied zijn droever dan mag, maar droefheid is iets wat die kinderen allang onder de knie hebben. Boven al die droefheid klinkt nog meer de hoop en het geloof en de liefde, zo is het dat ik dit aanvoel.

Wie dit bedacht heeft, stuur ik van hieruit heel veel liefde. Te schoon voor meer woorden. Karlijn Sileghem is voor altijd de Zonneprinses.

Simpel is niet meer zo simpel.

Het is een zeer mooi woord: simpel. Het klinkt als een klaagzang die boven hete kolen zweeft en tegelijkertijd doet dromen van koude tenen in een slaapzak. Maar mijn simpel van vroeger is niet meer mijn simpel van vandaag. En mijn simpel van vandaag staat mijlenver verwijderd van mijn simpel van vroeger.

Vroeger en simpel, dat was: op zondag naar de bib fietsen in Heide om daarna urenlang te liggen lezen onder een boom tot de rijstpap en de groentensalade met vis van je moeder zo klaar was, dat er op de gong kon geklopt worden om ‘verzamelen te blazen’.

Vroeger en simpel, maar vroeger en nu, dat is andere kaas. Mijn simpel heeft geheid haakjes, want vaak komt er nu een vraag uit onverwachte hoek om wat dan ook voor bijstand en dan zakt de simpelheid in elkaar als een mislukte zalmsoufflé.

Maar er bestaat iets nieuws en dat noem ik: georchestreerde simpelheid. Dan verwijder ik me van alle kanalen en straten en pleinen en plof ik neer in een Ardense weide zonder luxe, sanitair, elektriciteit en donsen spring-boxen. Het doet me goed, het herstelt mijn gewenning aan de vanzelfsprekendheid van geen geuren op een toilet of een lauwe douchestraal op mijn hoofd.

Het werd me als een godsgeschenk in de schoot geworpen en ik verwonderde me over de makkelijke simpelheid waarmee ik opnieuw in die oude kamp-modus kon schuiven. Eten vanuit een bord op je schoot omdat er geen tafels zijn. De weg zoeken na het kampvuur naar je tent, tastend met je wankele voeten omdat het terrein nogal oneffen is. Luisteren naar de immer stromende rivier en indommelen met gelach van de anderen her en der rondom je. Wriemelen in je slaapzak en twijfelen of je wel naar de HUDO zou gaan door het dauwnatte gras om daarna nog wat na te soezen terwijl de eerste vogelgeluiden door het ochtendgloren priemen.

Het was veel te kort, dit kortverblijf op mijn eerste ‘voorkamp’ van de kompaskampen. Volgend jaar reserveer ik een vakantieweek om de volledigheid van de complete eenvoud simpelweg terug te vinden.

De zwavelstokjes branden in de hel.

Het maakte dat mijn babbelkousen zwegen, ik tuurde minutenlang naar de tekeningen bij Den Lille Pige med Svovlstikkerne, het ‘oerverhaal’ over een kind in een koude wereld met geen zicht op licht, of slechts enkele ogenblikken,  van Hans Christian Andersen.  Over armoede. Kinderarmoede. Want armoede drukt door, tot in de kleinste regionen.

Kinderarmoede. Het raakte mij zodanig toen ik er als kind over las, dat mijn hart brak. Het was misschien wel door het lezen van dit verhaal, dat ik mijn eigen ‘armoedesituatie’ met bravoure kon relativeren. Want wij waren arm, maar arm in de jaren zestig, en dat was niet zo desastreus als arm zijn nu.

Toen ik vele jaren later vele kinderen ’s ochtends in mijn klas zag toestromen met een beetje een holle blik, slaperige houding en gegeeuw tijdens mijn toch wel luide en misschien wat te theatrale toneeltjes over de BLOEDMOORD, DEN GROTEN OORLOG, INCEST! en wat voor draai ik ook aan de geschiedenis mocht geven om het vooral geloofwaardig en boeiend te maken, daagde het pas na een hele tijd.

Er zijn hier leerlingen die honger hebben. In mijn klas. In de Kempen. Dat is de suikerversie van klassen in de steden. Wat hebben zij eigenlijk gegeten deze ochtend, voor ze hun boekentas over de schouders smeten? Dus: ik vroeg het hen.

De verhalen! De verzuchtingen. De uitroepen. Over lege ijskasten. Geen brood in huis. Dus we zullen wel een smoske kopen.

Dit ligt al wel meer dan tien jaar achter me en het Oxfam-ontbijt dat we samen nuttigden onder onnoemelijk veel gelach en kreten van voldoening is allang vervlogen. Want, zo wilde ik toen nog ‘leren’, kinderen, het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag. Onthoud dat. Jullie zullen aandachtiger zijn en jullie geeuwhonger verbannen.

Ach. Ach. Ach.

Het wordt zeer koud om mijn hart, wanneer ik het leger van de lege brooddozen onbarmhartig zie oprukken. En ik trek geen vinger om te wijzen naar de ouders, want vele van die ouders, die sparen waarschijnlijk zelf de choco uit hun gekraste tanden.

Het is gewoon niet prioritair voor de meeste politici. Wat baten Bloed en Bodem, wanneer de maag niet eten kan? De zwavelstokjes hebben geen impact meer, zoals vroeger, toen in een dik sprookjesboek naar ‘ergere’ dingen werd verwezen.

De ergste dingen zijn hier ondertussen dringend aan de orde. Kinderen horen niet in armoede te leven wanneer er binnen een straal van vijfhonderd meter grootverdieners met hun lachende, vernietigende hakken vuile zaakjes doen.

Kinderen verdienen nooit armoede.

Kinderen en armoede?

Nummer Eén op alle politieke agenda’s. zwavel

 

 

 

Dinsdag Lachdag

Het is meer dan wat ik me ooit heb voorgesteld. Het raakt mijn natuur en het gebeurt nu wekelijks. Dat ik het liefst van alles de dag al lachend door breng, is iets wat bij sommige mensen de zuurtegraad doet stijgen. En dat werkt onverbiddelijk op mijn lachspieren.

Maar nu heb ik een maatje in de lacherij gevonden. Misschien komt het omdat we genetisch verwant zijn, of omdat zijn zieltje nog onbezoedeld onbeschreven  is, maar mijn kleinzoon Sol lacht op dinsdag een hele dag met mij, ik met hem, en wij samen met en om elkaar.

Mijn jongste zoon Andreas stuwt me altijd quasi onmiddellijk in de lachzone. Na drie minuten in zijn gezelschap lach ik spontaan door zijn aanstekelijke onnozelheid. En dat bedoel ik niet negatief: integendeel. Ik denk dat de onbevangenheid om het ernstige te kunnen counteren naar een geestigheid een flinke kwaliteit is voor de mens.

En wanneer ik op dinsdagochtend de ogen van Sol zie blinken bij het ophalen, weet ik: ‘We gaan weer zoveel plezier hebben vandaag’. Ik lach eigenlijk de hele verdere dag, omdat ik me nauwelijks fijner gezelschap kan wensen. En het zal zeker ook wel zo zijn dat lachen aanstekelijk werkt, dus die kleine heeft weinig keuze. Samen wandelen we op onze eigen kleine lachband.

Zijn ogen schitteren wanneer ik zijn eigen lied zing. Bij het laatste vers verwacht hij extra dramatiek en houdt hij bijna de adem in. En dan breekt de zon door: hij heeft zelfs een keertje een echte giechel laten horen.

Ik droomde onlangs dat ik hem berispte met een kort ‘Sol, mag niet’ en hij antwoordde meteen ‘Mag wél’ waarop we beiden in lachen uitbarstten. Omdat het onwaarschijnlijke in het onderbewuste de hoofdrol mag spelen, verwacht ik niet dat we telkens samen zullen lachen wanneer ik mijn rol van opvoeder moet opnemen. Toch voel ik nu al, dat het allemaal zijn goeje gangetje zal gaan. Omdat we zoveel in elkaars ogen kijken met een zee van blijheid achter de wimpers.

Ja, het is meer dan ik me heb kunnen voorstellen.

Links – Rechts – Kattevitesse

Het knalde knoeihard in de magen van de kittevittende partijbonzen, de arrogante elite snakt ondertussen al urenlang naar restjes politieke adem door de verkiezingsuitslag die slechts twee winnaars uitbraakte: het extreem rechtse, in maatpak en Colgate-smile verscholen Vlaams Belang en het helderrode PVDA.

Het moest er eens van komen, dat de bange grijze onderlaag van het Vlaamse volk een duidelijk signaal gaf dat het echt zo niet langer verder kan. En het is niet meer zo dat we kunnen spreken van het ‘communicerende vaten-syndroom’ tussen N-VA en VB: de laatste partij heeft meer gewonnen dan dat de eerste heeft kwijtgespeeld.

Deze massaal opgestoken middenvinger richt zich helemaal niet tegen de ‘linkse elite’, zoals Van Grieken het voorstelt. Neeneen, het gaat dieper dan dat. Het ranselt alle politieke elites zonder een grijntje mededogen af en zo meteen ook alles wat finaal mank loopt op gebied van (rammelt met de kotszak): justitie, migratiebeleid, afbraak van de sociale zekerheid, te lage pensioenen, te lange wachtlijsten in de zorgsector en patati en patata. Het elkaar constant dekken, het wegkomen met fautes graves, de keramieken glans van de doofpot, gaan we nog verder?

Dus hoe gaat dat nu verder lopen? Wat zullen we zien in die naar angstzweet riekende boksring waar de oude, traditionele partijtjes (hun grootte is sinds gisteren niet meer wat ze geweest is) rond elkaar dansen? Er zal stof geklopt worden van gekreukte maatpakken. Er zal zonder wroeging recht gekrabbeld worden en er zullen vreemdsoortige compromissen worden gesloten. Omdat dat is wat men daar doet. Omdat het ‘signaal van de kiezer’ zal uitdoven in een boven alle hoofden zwevende afspraken-carroussel.

Het VB tot een regeringspartij verheffen, maakt haar meteen ook tot systeempartij, en dat is nu net wat weinig kiezers willen. Het blijft een protestpartij voor alle teleurgestelde, boze, ontgoochelde mensen, ondanks de manier waarop de voorzitter het doet uitschijnen dat ze toegankelijk en sociaal acceptabel is.

We mogen nooit bang zijn. We mogen wel over alle muren heen kijken en zien zo ook dat velen de PVDA voor de eerste keer over de kiesdrempel hebben getild. Om veel van de wraakroepende onrechten aan de kaak te stellen binnen de kring die we toch als het democratische strijdtoneel par exellence zouden moeten kunnen blijven beschouwen: de Kamer.

‘No pasarán’

 

 

 

Liefde, volheid en toekomst.

Het loopt zo stilletjes en soms ook wat luider naar zijn einde. Mijn drie weken van volle vriendschap, liefde, vreugdevuren zonder ijdelheid, gezang, een stille innige wals met mijn danseresvriendin op een zonnige ochtend in de keuken met muziek voor Pina Bausch, eetfestijnen met iedereen die ik innig koester, springmomenten op de trampoline met de grootogige peetzoon van een zoon, pannenkoeken, wandelingen, laatste-moment-bezoeken van passanten uit de Bourgogne, gesprekken over Ja Lacan! Neen Lacan!, spelletjes bij het knisperend houtvuur, giechelen wegens de overvloedig vloeiende wijn en lachen om de snurkers en het gekraak van de plankenvloer in het heerlijke oude huis, nagenieten van de Grote Ilse’s Verjaardagsquiz, het haast uit zijn voegen barsten van liefde voor mijn bijna zestigjarige bestaan. Zelfs de weergoden serveerden alles wat denkbaar was: een ochtend met een vijf centimeter dikke sneeuwlaag (een wens die ik elk jaar in december koester tijdens mijn rit naar de Ardennen, onderwijl de clichémantra ‘let it snow, let it snow, let it snow’ neuriënd). Zon. Een heuse pijpenstelenregendag waardoor er noodgedwongen lezend gerust kon worden tussen alle drukte in.

Ze kwamen en komen nog steeds aangewaaid uit alle windstreken om te vieren, van heel ver naar hier aan de Franse grens, ze brachten voedsel voor mijn ziel en ieders maag, kranten, vruchten en desserten, ze droegen geschenken aan die qua originaliteit elke verbeelding tarten. Ze keken me allen in de ogen, kenden elkaar niet allemaal, maar verbroederden met een vanzelfsprekendheid die in mijn weefsel huist sinds ik het leven rook. Er waren er die nog eens terugkeerden.

Het was een nog veel beter idee dan ik dacht toen ik het bedacht. Vorig jaar tijdens een kleine vakantie op deze gezegende plek, wist ik het. En het gebeurde. Een wekenlang durend verjaardagsfeest in dit afgelegen huis met iedereen die wil komen. En ze kwamen, bleven, kookten, waren zeer nabij en verweven met mijn verleden en door hierheen te komen ook met mijn toekomst.

Ik beleefde een feest dat ik iedereen toewens: herinneringen en nieuwe dingen die een werveling maakten naar de vereniging en verbondenheid van de toekomst, het momentum en al wat ik eerder mocht ervaren.

En wat zeer zelden maar daardoor ook zo intens verschijnt, mocht ik hier herhaaldelijk voelen. De lichamelijke ervaring van geluk, wanneer mijn hart vibreert en tot in mijn hals gaat trillen en me de ogen doet sluiten om geen indruk van belachelijke IngeborgGratitudeAboveMe te geven.

Ik voelde. Ik leefde. Ik had lief en werd liefgehad.

Lieve vrienden en vriendinnen, lieve kinderen: we gaan simpelweg verder op deze manier. Want meer kunnen we echt niet verlangen.